Skip to content

Actuele projecten

Kinderen die bellenblazen

Lees hieronder aan welke actuele projecten we werken om de transformatie van de Flevolandse jeugdhulp in de volgende versnelling te brengen. Deze informatie werken we doorlopend bij met actuele ontwikkelingen en resultaten. Wil je regelmatig nieuws ontvangen over waar we staan, wat we bereiken en welke bijeenkomsten er zijn? Laat dan je gegevens achter op de hoofdpagina.

Regionale experttafel jeugd

De regionale experttafel geeft advies vanuit de inhoud bij casuïstiek die het jeugddomein overstijgt en waarvoor lokaal geen passende oplossingen zijn gevonden. Dit advies gaat naar de inbrenger (de lokale toegang of de gecertificeerde instelling). In het advies staat het perspectief voor het kind en het gezin centraal.

In het kernteam van de regionale experttafel zitten gedragsdeskundigen, psychiaters en jeugdhulpverleners van Accare, GGZ Centraal Fornhese, Samen Veilig Midden-Nederland, het samenwerkingsverband jeugdhulp met verblijf en de lokale toegangen van de gemeenten. De voorzitter, Marjolein Duin, is afkomstig van GGD Flevoland. Het kernteam van de experttafel komt eens per twee maanden samen op de eerste donderdag van de maand. Als de vraag toeneemt, wordt dit maandelijks.

Uitgangspunten

In alle jeugdhulpregio’s is een regionale experttafel gestart of in voorbereiding (zie ook de website van de Vereniging van Nederlandse Gemeenten). Hierdoor heeft Nederland een landelijk expertisenetwerk. De uitgangspunten die gelden, zijn:

  • De bespreking is met ouders en kind(eren) in de gemeente van herkomst (casuïstiek ingebracht door een gecertificeerde instelling kan hierop een uitzondering zijn).
  • De samenstelling van de experttafel wordt situationeel bepaald.
  • Er is aandacht voor de verbinding met het onderwijs.
  • De regie op de casus ligt bij de lokale toegang.
  • De experttafel regelt geen plek voor het kind, maar voorziet de lokale toegang of de gecertificeerde instelling van een passend advies.

Leercirkel

Naast consultatie en advies voor casuïstiek beoogt de experttafel ook als leercirkel een bijdrage te leveren aan onder andere productontwikkeling (innovatie), professionele ontwikkeling (professionalisering) en een verbeterde afstemming tussen de zes gemeentelijke lokale toegangen in Flevoland.

Deelnemers bij casusbespreking

Voor de bespreking van een ingebrachte casus nodigt het kernteam deelnemers uit die van belang zijn voor de specifieke casus. Dat zijn in ieder geval vertegenwoordigers van de lokale toegang of de gecertificeerde instelling van de jeugdige.

Aanmelden

Iedere gemeente en gecertificeerde instelling heeft een eigen route afgesproken voor aanmelding bij de experttafel. De aangewezen functionaris(sen) kunnen een casus aanmelden bij Marjolein Duin. Haar contactgegevens zijn als volgt:

Wie is Marjolein Duin?

Voor de mensen die Marjolein Duin niet kennen: naast deze taak als onafhankelijk voorzitter, is zij vanuit de GGD werkzaam voor de gemeenten Noordoostpolder en Urk als procesregisseur binnen het sociaal domein. Haar werkzaamheden zijn zeer vergelijkbaar met die van de brandpuntfunctionaris in Almere.

Visie op de lokale toegang tot jeugdhulp

Elke Flevolandse gemeente heeft eigen keuzes gemaakt bij het organiseren van de toegang tot jeugdhulp. Elke gemeente heeft ook haar eigen beleid voor hulp op maat aan jeugdigen en gezinnen. Dat is logisch, want de zes gemeenten verschillen veel qua omvang en lokale omstandigheden. Tegelijkertijd werken we nauw samen rond onder andere de jeugdhulp met verblijf. Bovendien zijn flink wat aanbieders in meer dan één Flevolandse gemeente actief. Er ontstond daarom de behoefte om verbindende uitgangspunten op papier te zetten. Waar hechten we in heel Flevoland belang aan bij de toegang tot jeugdhulp, ongeacht de lokale keuzes en verschillen? Windesheim Flevoland deed onderzoek en formuleerde de verbindende uitgangspunten samen met toegangsprofessionals en beleidsmakers. De uitgangspunten luiden als volgt:

We onderschrijven het belang van tijdige hulp op maat dicht bij de leefwereld van het kind.

  • Vroegsignalering van problemen is belangrijk, ook op school.
  • De toegang tot hulp is laagdrempelig en duidelijk.
  • We bieden lichte hulp waar mogelijk en zwaardere hulp waar nodig.
  • Inzet van passende hulp vindt plaats na een gesprek/planbijeenkomst met het kind/gezin en  eventuele weging in een multidisciplinair team.
  • Bij complexe situaties houdt het kind/gezin de totaalregie samen met een hulpverlener.
  • Kinderen groeien op in hun eigen gezin/familie, tenzij het niet anders kan.

We spreken de eigen kracht aan van het kind/gezin en het netwerk.

  • We maken gebruik van (semi-)informele netwerken.
  • Eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid en participatie staan voorop waar dit kan.
  • Het kind/gezin centraal stellen, bevordert een multidisciplinaire aanpak.

We werken toe naar zo veel mogelijk systeemgerichte hulp.

  • Hulp vindt zo veel mogelijk plaats in de context van het gezin.
  • Professionals zien het belang in van het versterken van de omgeving van het kind.

We signaleren onveilige opvoedsituatie en pakken die aan.

  • Bij complexe situaties is altijd een gedragsdeskundige betrokken.
  • Professionals handelen volgens de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

We erkennen het belang van een integrale benadering en werkwijze.

  • We verbinden formele en informele voorzieningen.
  • We bevorderen de samenwerking van de lokale toegangen met huisartsen, medewerkers van gespecialiseerde instellingen en professionals uit andere domeinen.

We denken, leren en handelen ‘out of the box’.

  • We investeren in kennis, tijd, ruimte en een lerende en veilige omgeving.
  • We bevorderen het werken over de grenzen van de eigen sector en professie heen.
  • We zetten omdenken in om uithuisplaatsingen te voorkomen.

De regio versterkt het lokale veld.

  • Wat we regionaal organiseren ondersteunt de lokale uitvoering van de jeugdhulp.

De lokale toegangen tot jeugdhulp zijn volop in beweging. Op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren vinden er veranderingen plaats in werkwijzen en personele bezetting. Al doende is het samen zoeken naar wat werkt in de toegangsprocessen en in de verbinding tussen professionals onderling en met gezinnen. Er is ruimte en welwillendheid om regionaal van elkaar te leren. De verbindende uitgangspunten zijn hierbij een hulpmiddel.

Intensieve systeemgerichte behandeling thuis

Vanuit de ambitie 'zo thuis mogelijk opgroeien' is er behoefte aan meer en betere alternatieven voor jeugdhulp met verblijf. Daarom werken we aan een passend aanbod van ambulante behandelmogelijkheden voor jeugdigen met opvoed- en opgroeiproblemen en/of met psychiatrische problemen.

We brengen de behoefte aan ambulante behandelmogelijkheden in kaart en zetten deze af tegen de beschikbaarheid en kwaliteit van het huidige aanbod. Op die manier kunnen we een flexibel aanbod creëren voor behandeling op maat in de thuissituatie. We willen hierbij vernieuwende jeugdhulpaanbieder(s) van buiten de regio koppelen aan organisaties binnen de regio om hun expertise te benutten.

We weten dat er in Flevoland in ieder geval behoefte is aan gezinstraumabehandeling. Deze vorm van behandeling is bedoeld voor gezinnen waarbij trauma bij de ouders kan leiden tot een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming of al heeft geleid tot een huisverbod, ondertoezichtstelling en/of uithuisplaatsing. We voeren een pilot uit met de methodiek Kind in Gezond Systeem (KINGS) van Accare. Door specifiek in te zetten op gezinstraumabehandeling van ouders en kinderen, verwachten we dat we uithuisplaatsingen kunnen voorkomen of verkorten.

Kleinschalige, gezinsgerichte en flexibele opvang

Het werven van meer pleegouders draagt bij aan onze regionale ambitie om jeugdigen 'zo thuis mogelijk' te laten opgroeien. Ook op andere terreinen werken we aan meer mogelijkheden voor kleinschalige, gezinsgerichte opvang. Het samenwerkingsverband jeugdhulp met verblijf heeft hier een belangrijke rol in. Enerzijds werkt het samenwerkingsverband aan meer gevarieerde (specialistische) pleeggezinnen en gezinshuizen. Anderzijds is het belangrijk om te zorgen dat plaatsingen van jeugdigen ook echt slagen (voorkomen van 'breakdowns'). Een projectgroep werkt hieraan door:

  • het versterken van de deskundigheid en vaardigheden van pleeg- en gezinshuisouders. Dit is een aanvulling op bestaande voorbereidingstrajecten. Elke nieuwe pleeg- en gezinshuisouder krijgt de online training 'Hechting en het gedrag van mijn pleegkind' aangeboden. Bij de eerste plaatsing volgen ze de training 'Zorg voor het getraumatiseerde kind'. Deze bestaat uit acht dagdelen. Bij elke nieuwe plaatsing (behalve bij crisisplaatsingen) is er een verkorte video-interactie-begeleiding mogelijk, gericht op gehechtheid.
  • het ontwikkelen van een flexibele ondersteuningsschil voor pleeg- en gezinshuisouders. De projectgroep denkt op dit moment na over welke expertise er nodig is voor vroegtijdige ondersteuning bij dreigende uitval. Hierbij gaat het zowel om praktische ondersteuning als inzet van specialistische interventies.

Het lectoraat Klantenperspectief in Ondersteuning en Zorg van Hogeschool Windesheim is aan het project verbonden. Windesheim ondersteunt het project via actieleren. De onderzoekers kijken continu samen met  pleeg- en gezinshuisouders en biologische ouders in hoeverre de ingezette ontwikkelingen leiden tot betere ondersteuning. Het actieleren geeft inzicht in verbeterpunten en in de manier waarop we deze het beste in de praktijk kunnen brengen.

Afweging voor de inzet van jeugdhulp

In het landelijke actieprogramma zorg voor de jeugd is te lezen dat een landelijke groep zich gaat bezighouden met in- en uitsluitcriteria voor de jeugdhulp. Dit roept een zwart-witbeeld op. Daarom gebruiken we liever de term 'afweging'. In Flevoland willen we uitwerken hoe jeugdhulpaanbieders samen met de lokale toegang en gezinnen tot de best passende hulp kunnen komen.

Deze ambitie komt mede voort uit eigen actieleeronderzoek. Er blijkt namelijk dat een verwijzing naar 24-uurszorg onvermijdelijk leidt tot opname, ook als dit niet passend is. Vaak bleek onduidelijk of de hulpvraag vooral ging om veilig wonen of juist behandeling. Ook bleken geschikte voorzieningen om (tijdelijk) veilig te wonen onvoldoende beschikbaar. Een belangrijke aanbeveling uit het onderzoek is om te zorgen voor een betere match tussen hulpvraag en aanbod.

Flevo Academie Jeugd

Via de Flevo Academie Jeugd werken we in onze regio aan:

  • het inrichten van een lerende omgeving om verder te groeien in onze professionaliteit binnen de jeugd- en gezinshulp
  • groter vakmanschap en daarmee betere hulpverlening
  • een aantrekkelijk werkklimaat voor professionals

Via actieleren gaan we praktijkvraagstukken te lijf bij aanbieders. Meer weten? Kijk op www.flevoacademiejeugd.nl.

Crisishulp op orde

Een aantal jaren terug was er sprake van: 

  • een toenemende vraag naar crisishulp met verblijf; 
  • stagnerende in-, door- en uitstroom; 
  • een gebrek aan crisisverblijfscapaciteit, -coördinatie en een specifieke crisisaanpak. 

Sindsdien is de crisishulp versterkt met twee verblijfsgroepen voor jeugdigen tot 12 jaar en vanaf 12 jaar. Daarnaast is een administratief crisiscoördinatiepunt (CCP) ingericht bij Triade. Dit hebben we geëvalueerd. Daarnaast is gewerkt aan: 

  • het versterken van de ambulante crisishulp;
  • het inregelen van een goede triage;
  • het creëren van alternatieven voor (crisis)hulp met verblijf;
  • het organiseren van een integrale crisisaanpak van 0 tot 100 jaar.

Versterken ambulante crisishulp

Met sterke ambulante hulp willen we plaatsing van jeugdigen in de crisishulp voorkomen of verkorten. Om bevorderende en belemmerende factoren te achterhalen, is literatuuronderzoek gedaan en hebben we een enquête uitgezet onder crisishulpverleners.

Het onderzoek en ervaren knelpunten hebben ertoe geleid dat de Flevolandse gemeenten hebben gekozen om de ambulante crisishulp te organiseren in een bovenlokaal team.

Goede triage

Goede triage - het beoordelen van de ernst en aard van het probleem - is noodzakelijk om tot een optimale beoordeling en verwijzing te komen. Er zijn signalen uit het veld dat jeugdigen in crisishulp terechtkomen, terwijl er geen sprake is van een crisis. Om de beoordelingskwaliteit te versterken, hebben GGZ Centraal, Samen Veilig Midden-Nederland en Veilig Thuis Flevoland afgesproken dat zij elkaar 24/7 kunnen consulteren en inschakelen.

Alternatieven voor crisishulp met verblijf

Plaatsing in de crisishulp met verblijf zou een laatste redmiddel moeten zijn. We streven naar een crisisaanpak waarbij: 

  • de opname in principe onderdeel is van de ambulante hulp;
  • de opname zo kort mogelijk duurt;
  • hulptrajecten flexibel worden ingezet.

Alternatieven voor jeugdhulp met verblijf zijn onder andere deeltijdopname, korte, flexibele vormen van verblijf, gezinsopname, huisverboden voor een of meer gezinsleden en het zogeheten Volledig Pakket Thuis (VPT). Deze alternatieven zijn ook geschikt voor crisissituaties. Gemeenten en aanbieders hebben gezamenlijk uitgangspunten geformuleerd voor het inzetten van het VPT. Daarnaast streven we naar voldoende (crisis)pleeggezinnen.

Integrale crisisaanpak 0-100+ jaar

Een crisis is vaak het resultaat van een samenloop van problemen. Het beperkt zich meestal niet tot één discipline. Gemeenten en aanbieders werken onder de noemer 'integrale crisisaanpak 0-100+' aan verbeteringen.

Actieleren uitstroom 24-uurszorg

Een paar jaar terug bleek dat de in-, door- en uitstroom van de 24-uurszorg stagneerde. Er was sprake van wachtlijsten en grote druk op de verblijfscapaciteit. Vitree, Intermetzo, Triade, 's Heeren Loo en Omega Groep hebben via actieleren en omdenken diepgaander inzicht gekregen in de factoren die in-, door- en uitstroom belemmeren of juist bevorderen. Zie ook de eindrapportage en het bewaarkaartje 'Stel de juiste vragen' die zijn gemaakt en de rapportage over de opvolging van de aanbevelingen uit het actieleertraject.

Opvolging met promotieonderzoek en nieuwe organisaties

Er is een promotieonderzoek gestart naar jongeren die de 24-uurszorg verlaten. Hoe vergaat het ze? En wat kunnen we hiervan leren op het gebied van signalering, bejegening en, waar nodig, behandeling? Het onderzoek vindt plaats in samenwerking met de Academische Werkplaats Risicojeugd en met financiering door ZonMw.