Skip to content

Wat verbindt ons in de toegang tot jeugdhulp?

22 mei 2019

Elke Flevolandse gemeente heeft eigen keuzes gemaakt bij het organiseren van de toegang tot jeugdhulp. Elke gemeente heeft ook haar eigen beleid voor hulp op maat aan jeugdigen en gezinnen. Dat is logisch, want de zes gemeenten verschillen veel qua omvang en lokale omstandigheden. Tegelijkertijd werken we nauw samen rond onder andere de jeugdhulp met verblijf. Bovendien zijn flink wat aanbieders in meer dan één Flevolandse gemeente actief. Er ontstond daarom de behoefte om verbindende uitgangspunten op papier te zetten. Waar hechten we in heel Flevoland belang aan bij de toegang tot jeugdhulp, ongeacht de lokale keuzes en verschillen? Windesheim Flevoland deed onderzoek en formuleerde de verbindende uitgangspunten samen met toegangsprofessionals en beleidsmakers.

De zeven verbindende uitgangspunten

De uitgangspunten luiden als volgt:

  1. We onderschrijven het belang van tijdige hulp op maat dicht bij de leefwereld van het kind.

    • Vroegsignalering van problemen is belangrijk, ook op school.
    • De toegang tot hulp is laagdrempelig en duidelijk.
    • We bieden lichte hulp waar mogelijk en zwaardere hulp waar nodig.
    • Inzet van passende hulp vindt plaats na een gesprek/planbijeenkomst met het kind/gezin en  eventuele weging in een multidisciplinair team.
    • Bij complexe situaties houdt het kind/gezin de totaalregie samen met een hulpverlener.
    • Kinderen groeien op in hun eigen gezin/familie, tenzij het niet anders kan.

  2. We spreken de eigen kracht aan van het kind/gezin en het netwerk.

    • We maken gebruik van (semi-)informele netwerken.
    • Eigen verantwoordelijkheid, zelfredzaamheid en participatie staan voorop waar dit kan.
    • Het kind/gezin centraal stellen, bevordert een multidisciplinaire aanpak.

  3. We werken toe naar zo veel mogelijk systeemgerichte hulp.

    • Hulp vindt zo veel mogelijk plaats in de context van het gezin.
    • Professionals zien het belang in van het versterken van de omgeving van het kind.

  4. We signaleren onveilige opvoedsituatie en pakken die aan.

    • Bij complexe situaties is altijd een gedragsdeskundige betrokken.
    • Professionals handelen volgens de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling.

  5. We erkennen het belang van een integrale benadering en werkwijze.

    • We verbinden formele en informele voorzieningen.
    • We bevorderen de samenwerking van de lokale toegangen met huisartsen, medewerkers van gespecialiseerde instellingen en professionals uit andere domeinen.

  6. We denken, leren en handelen ‘out of the box’.

    • We investeren in kennis, tijd, ruimte en een lerende en veilige omgeving.
    • We bevorderen het werken over de grenzen van de eigen sector en professie heen.
    • We zetten omdenken in om uithuisplaatsingen te voorkomen.

  7. De regio versterkt het lokale veld.

    • Wat we regionaal organiseren ondersteunt de lokale uitvoering van de jeugdhulp.

Al doende leren van elkaar

De lokale toegangen tot jeugdhulp zijn volop in beweging. Op basis van de ervaringen van de afgelopen jaren vinden er veranderingen plaats in werkwijzen en personele bezetting. Al doende is het samen zoeken naar wat werkt in de toegangsprocessen en in de verbinding tussen professionals onderling en met gezinnen. Er is ruimte en welwillendheid om regionaal van elkaar te leren. De verbindende uitgangspunten zijn hierbij een hulpmiddel.