Skip to content

Perspectiefregie in de praktijk

10 juli 2019

Kinderen en jongeren met meervoudige problemen hebben vaak te maken met verschillende hulptrajecten. Parallel aan elkaar of volgtijdelijk. En gericht op het individu of juist op het hele gezin. Twee jaar geleden kwamen er signalen uit de praktijk dat het toekomstperspectief uit het oog verdwijnt zodra een jeugdige in de jeugdhulp met verblijf terechtkomt. De noodzakelijke begeleiding en behandeling komen onvoldoende op gang, omdat niemand hierop stuurt. Perspectiefregie werd ingesteld om tot verbeteringen te komen. Hoe is de functionaliteit nu verankerd in het beleid van de Flevolandse gemeenten? En hoe ervaren gedragsdeskundigen het in de praktijk? Masterstudent Gwen Roest (Universiteit van Amsterdam, preventieve jeugdhulp en opvoeding) zocht het uit.

De handreiking perspectiefregie, samengesteld binnen het programma zorglandschap jeugd Flevoland, dateert van eind 2016. Die handreiking bevat minimale randvoorwaarden en suggesties voor lokale keuzes. Het doel was om het toekomstperspectief van jeugdigen in de jeugdhulp met verblijf effectiever vast te stellen. Kan een kind of jongere bijvoorbeeld toewerken naar terugkeer naar huis of naar zelfstandig wonen? Of is langdurige jeugdhulp met verblijf de beste keuze? Een medewerker van de lokale toegang helpt bij het formuleren van dit perspectief en bij het coördineren en afstemmen van de hulpverlening. Op die manier dragen de verschillende onderdelen van de hulpverlening zo effectief mogelijk bij aan waar een jeugdige naartoe werkt.

Analyse en interviews

Gwen Roest: “Ik heb documentanalyse uitgevoerd en heb diepte-interviews gehouden met gedragsdeskundigen over hoe zij perspectiefregie ervaren in de Flevolandse gemeenten. Het merendeel van de elementen van perspectiefregie kon ik terugvinden in de beleidsstukken van de gemeenten. Het gaat dan bijvoorbeeld om de rol van de medewerker lokale toegang als vast aanspreekpunt voor de jeugdige, de ouder(s)/opvoeder(s) en de betrokken hulpverleners.

Vervolgens sprak ik zeven gedragsdeskundigen uit verschillende gemeenten. Zij ervaren in de praktijk de regierol van de lokale toegang in samenspraak met jeugdigen en ouder(s)/opvoeder(s). Ze ervaren ook de procesverantwoordelijkheid: de lokale toegang signaleert en maakt bespreekbaar of de ingezette hulp de juiste is en organiseert waar nodig extra hulp of vervolghulp, zonder daarbij de verantwoordelijkheid van de hulpverleners over te nemen. Verder zorgt de lokale toegang voor een goede overdracht als een jeugdige 18 jaar wordt.

De gedragsdeskundigen ervaren in de praktijk vaak niet dat er een perspectiefplan tot stand komt, waarbij de lokale toegang toezicht houdt op de uitvoering ervan. Het fungeren als vast aanspreekpunt en het deelnemen aan evaluaties door hulpverleners komt in een deel van de gemeenten voor. Er is relatief nog weinig ervaring opgedaan met deelname aan de jeugdbeschermingstafel. Bij de ervaringen die er zijn, waren medewerkers van de lokale toegang wel aanwezig.”

Aanscherping en training

Gwen Roest: “In mijn onderzoeksrapport adviseer ik om perspectiefregie nog wat scherper te beschrijven. Die beschrijving kun je vervolgens via actieleertrainingen delen met medewerkers van de lokale toegangen en met gedragsdeskundigen. Dit is de basis om de onderlinge samenwerking verder vorm te geven.

De gedragsdeskundigen zouden graag een nog actievere betrokkenheid zien van de medewerkers lokale toegang bij hoe het met jeugdigen en gezinnen gaat. Er is nader onderzoek nodig onder medewerkers lokale toegang, jeugdigen en ouders/opvoeders om te bepalen of dit ook echt wenselijk en haalbaar is. 

Tot slot raad ik aan om het toekomstperspectief te vermelden in het hulpverleningsplan van jeugdigen en gezinnen. Op die manier is er standaard meer aandacht voor het perspectief.”

Onderzoek naar de inzet van perspectiefregie in de regio is onderdeel van het programma zorglandschap jeugd Flevoland.